Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Ouder worden: de ervaring’ Category

Advertenties

Read Full Post »

Hoe worden we oud én gelukkig?

www.gelukkigoud.nl presenteert een blog over de voorwaarden voor een gelukkige ouwe dag. De site is geopend naar aanleiding van de documentaire ‘Gelukkig Oud’ van Ike Bertels, in 2007 uitgezonden door de HUMAN. Inmiddels werkt Ike Bertels aan een documentaire over Leo Vroman (de dichter, 93) en zijn vrouw Tineke (87). Zij doet daarvan wederom verslag op het weblog.

Op de community van Gelukkig Oud kunnen ervaringen worden uitgewisseld.

Kinderen van ouders die steeds meer hulp nodig hebben en zich het hoofd breken over de filosofie van het verzorgingstehuis waar zij een plek voor hun ouders zoeken kunnen er hun verhalen kwijt, maar ook verzorgers die met vragen zitten. Ook (aanstaande) bewoners van woon/zorgcomplexen kunnen hier hun ervaringen uitwisselen.

Read Full Post »

Protestantse Theologische UniversiteitReliëf

Bent u als professional of als vrijwilliger betrokken bij de begeleiding van ouder wordende mensen in hun levensvragen?

In januari 2008 startte voor het eerst de Masterclass Ouder Worden in Perspectief, een intensieve cursus van tien maandagen in het voorjaar. In het voorjaar van 2010 zal hij voor de derde keer worden aangeboden, wegens succes geprolongeerd.

U kunt zich aanmelden bij het bureau van de PThU (mw. Hinke Hendriks, tel. 038-543611;hhendriks@pthu.nl).

VOOR 2010 IS HET MAXIMUM AANTAL DEELNEMERS BEREIKT.

IN 2011 WORDT DE MASTERCLASS OPNIEUW AANGEBODEN.

SCHRIJF U NU ALVAST IN!

(meer…)

Read Full Post »

 

Dick Sipsma, Van oude mensen...

Dick Sipsma, Van oude mensen...

Dick Sipsma, Van oude mensen, de dingen die gaan komen, Cossee Essay, Uitgeverij Cossee BV, Amsterdam 2008

 

Met Van oude mensen, de dingen die gaan komen, heeft Dick Sipsma een aanstekelijk optimistisch boekje geschreven over de toekomst van het ouder worden. Sipsma, medicus en als arts en hoogleraar een lange staat van dienst in de gerontologie en geriatrie, stoort zich met dit essay niet aan vak- en disciplinegrenzen. Met de joyeuze vrijheid van geest de gevorderde leeftijd eigen, schetst hij een beeld van de oude dag van morgen die in niets meer op die van vandaag lijkt.  Met vooroordelen tegen ouderen maakt hij korte metten: het gaat hier meestal om kwalijke en gedachteloze staaltjes van leeftijdsdiscriminatie,  die bij de huidige stand van de wetenschap geen enkele grond meer in de werkelijkheid hebben. Integendeel, bij het huidige tempo van voortschrijden van de techniek (of het nu het sleutelen aan de genen of de domotica betreft) is het nog slechts een kwestie van tijd, of we hebben de gemiddelde levensverwachting tot aartsvaderlijke proporties weten op te krikken. Daarbij zullen we voorgoed afscheid kunnen nemen van het beeld van het kwakkelende oudje: we zullen tot op hoge leeftijd gezond kunnen blijven en dan snel en pijnloos aan comorbiditeit sterven. 

Sipsma is utopist, en schaamt zich er niet voor.  Voor hem lopen werkelijkheid en toekomstdroom soms naadloos in elkaar over, als we er met zijn allen maar voor gáán.  Al gaat hij in zijn bespiegeling wijde cultuurfilosofische vergezichten niet uit de weg; hij blijft daarin wel de medicus, die zich op feiten wil baseren.  Een vooruitgangsgelovige van de oude stempel, die heilig gelooft in de macht van de ratio. Wie ouderdom alleen als aftakeling ziet gebruikt zijn verstand niet! Hij laat zich ringeloren door een gerontologisch deficit-model! Oud worden als (ader) ‘verkalking’, of als mechanische ‘slijtage’ – het zijn ideologische beelden die er feitelijk volstrekt naast zitten. Oud worden is, aldus een recent gerontologisch model dat dichter bij de werkelijkheid staat,  hoogstens te omschrijven als een proces van toenemende kwetsbaarheid, frailty.  Dat kan de ouderdom net zo goed vergallen. Maar aan slijtage is niets te doen, aan kwetsbaarheid wel – dat is het verschil, zegt Sipsma. 

Als we maar kijken met de ogen van de wetenschap, raken we volgens hem allerlei vormen van ‘ageïsme’ vanzelf kwijt, Neem het vooroordeel dat als je maar oud genoeg wordt, je vanzelf ‘kinds’ of ‘seniel’ wordt. Zo werd dat in de vorige eeuw nog genoemd. Nu weten we dat dementie een ziekte is, en niet iedereen dement wordt. Ziektes kun je bovendien behandelen en – in de toekomst hopelijk – genezen.

Dat we met zoveel tegelijk nu steeds ouder worden, is ook geen ramp, maar een zegen, aldus de tegendraadse Sipsma. De vergrijzing is geen demografisch ongelukje in de evolutie, maar een blijvertje. Sterker nog: het is een historische noodzaak. We móeten wel ouder worden, nu de menselijke cultuur zo complex wordt dat mensen een lang leven nodig hebben om al die kennis aan te sturen en over te dragen. Dat we ouder worden vloeit noodzakelijk voort uit de evolutie van de menselijke cultuur.

Voor een evenwichtige samenleving hebben we de wijsheid van de nieuwe oudere (door Sipsma de ‘novogeront’ gedoopt) hard nodig. Takelen dan ouderen ook cognitief niet af? Zullen ze het niet afleggen tegen de flexibiliteit van de jongeren, waar onze dynamische kenniscultuur in zijn lofzang op de jeugd om vraagt?  Ook dit vooroordeel kan Sipsma met wetenschap ontkrachten. Met bijv. Elkhohon Goldberg (De wijsheidsparadox) kan hij zeggen dat jongeren innovatiever zijn dan ouderen, meer uithoudingsvermogen hebben en meer kunnen ‘multitasken’, maar dat ouderen op hun beurt een groeiend vermogen hebben tot patroonherkenning. Zij weten snel en vaak feilloos  inzicht te hebben in waar het in complexe situaties om gaat en in welke richting de oplossing ligt (32v.). Als we inzien dat ze beide elkaar nodig hebben, zal er een vitale samenleving ontstaan die warmer, socialer, rustiger is dan die we nu kennen.

Wie medisch zo vrolijk gestemd is over de nieuwe oudere als Sipsma, stemt er ook niet mee in dat hij maatschappelijk na veertig jaren trouwe dienst wordt afgeserveerd. Met pensioen gaan kan altijd nog, zegt Sipsma, die zelf ook van geen wijken weten wil. De driefasen structuur van scholing, werk en pensioen  is dan ook te beschouwen als een erfenis uit de 19e eeuw. Hij zal  vervangen worden door een samenleving waarin we levenslang leren, recreëren en werken, en dat allemaal naast en niet meer na elkaar (Sipsma volgt hier Mathilda Riley, overigens zonder haar te noemen).

Heerlijk, zo’n toekomstvisie, die even een andere toon aanslaat dan de gerontofobische doemscenario’s, die de discussies over de betaalbaarheid van de AOW en de chronische tekorten aan mensen en geld in de ouderenzorg aanjagen.  We kunnen deze utopie in die debatten goed gebruiken. 

Maar hoe reëel is hij uiteindelijk?

Met zijn vooruitgangsgeloof blijft Sipsma toch een typische 19e eeuwse sciëntist, die veel, zo niet alles verwacht van wetenschap en techniek. Waar die open plekken laten, vult hij ze met het evolutionairtheoretisch paradigma.  Zo veegt hij aan het eind van zijn beschouwing de vloer aan met de hypothese van een ‘intelligent design’ en ‘de god van (Cees) Dekker’. Maar lijkt hij zelf welhaast met even grote religieuze bevlogenheid te geloven in de weldaden van de verzilverde samenleving, die ons door de genetische versleuteling van ons genoom (‘wat ethici en antitranshumanisten ook zullen zeggen’, 87) ten deel zullen  vallen.  Aanstekelijk optimisme is prima, denk ik bij het slot van het boekje, als het betoog wat uit de rails gaat lopen, maar een tikkeltje minder toekomstgelovig mag ook. 

Read Full Post »

zwitserlevenomslag.jpg

Prijs: € 14,50, ISBN: 9789021141848, Meinema, Zoetermeer 2008

Bestel bij het Boekencentrum

Een zwitserleven is het ideaal voor levenslustige pensionado’s die na hun zestigste nog een leuke tijd willen hebben. Na een leven lang hard werken komt het Grote, Grijze Genieten. Reizen, eten en drinken, uitgaan, jezelf verwennen – het pensioen voor de babyboomgeneratie lijkt een hedonistisch belevenisparadijs. In een tijd waarin steeds minder mensen in de hemel geloven, wensen zij zich de eeuwige gelukzaligheid nu. Ouderen willen in hun Derde Leeftijd graag onbekommerd de kroon op hun leven zetten. Maar worden we van het zwitserlevengevoel werkelijk gelukkig?

In dit essay wordt de strijd aangebonden met het Grijze Genieten. Niet alleen is een zwitserleven voor weinigen weggelegd, het deugt ook niet als ideaal. Behalve onbetaalbaar is het ouderwets, onrealistisch, onrechtvaardig, kortzichtig en oervervelend.
Een leuke oude dag is nog niet per definitie een goede oude dag. Is alleen een mooi leven een zinvol leven (geweest)?

Een voorpublicatie verscheen in Trouw, Letter & Geest (zaterdag 1 maart): ‘Voor altijd dansen in je blootje

Oud worden is een hele klus

(interview met de auteur, De Pers 11 maart 2008, door Marcel Hulspas)

Met levensverzekeraar Zwitserleven willen veel ouderen na hun pensioen uitsluitend nog het ‘zwitserlevengevoel’ ervaren: onbezorgd niks doen, tot de dood erop volgt. Wat een onzin, zegt theoloog Frits de Lange.

‘Het zwitserlevengevoel is een typisch babyboomersideaal. Babyboomers leven in feite nog als hun ouders: eerst hard werken, dan genieten. De nieuwe oudere wordt ouder, is gezonder en rijker. Maar hij denkt nog precies over de ouderdom als vroeger: hij wil van een ‘verdiende rust’ genieten. Hij heeft niet in de gaten dat de nieuwe ouderdom wel eens heel lang kan duren en dat niets doen ongelooflijk kan gaan vervelen. Wie wil er nou dag in dag uit op een terrasje zitten of eeuwig in een all inclusive resort? Je verdwijnt naar de marge van de samenleving. De volgende generaties zal hopelijk een beter evenwicht vinden tussen werk, scholing, zorg en vrije tijd en flexibeler met pensionering omgaan. Langer in deeltijd doorwerken, actiever blijven participeren aan de samenleving. En niet voor je zwitserlevenpensioen krom gaan liggen.’

U noemt het zwitserlevengevoel vals genieten. Echt genieten is iets anders. Maakt Frits de Lange dat uit?

Laat mensen genieten waarvan ze willen! Ik wil niet de moralist uithangen. Maar de opvatting van geluk die uit het ZLG spreekt is wel heel mager. Uit psychologisch onderzoek blijkt dat mensen zich pas echt gelukkig voelen als ze gewaardeerd worden door anderen, het goed zit met hun relaties, ze zichzelf accepteren wie ze zijn, en iets gepresteerd hebben waar ze met voldoening op terugkijken. Dan pas geniet je toch echt van een terrasje?

Maar iedereen mag toch dagdromen?

Idealen hebben is gezond, maar ze moeten wel aansluiten bij de werkelijkheid. Voor veel AOW-ers is het Zwitserleven onbetaalbaar. Bovendien is oud worden een hele klus, waarbij je soms alles op alles moet zetten om het verval te slim af te zijn. Het is een nieuwe levensfase, die je actief en creatief vorm moet geven om het een beetje zinnig te maken. Ik noem het ook onrealistisch omdat veel ouderen andere idealen hebben. Ze weten beter. Ze besteden hun tijd liever aan vrijwilligerswerk of aan hun kleinkinderen.’

U noemt dat gevoel een quasi-religie. Waarom?

Onze gelovige grootouders hoopten op een hiernamaals en gingen er dus van uit dat ze eeuwig zouden leven. De gemiddelde levensverwachting was vroeger veel lager dan nu, maar voor hun gevoel leefden ze oneindig lang. Hun zwitserlevengevoel begon pas in de hemel. Hun geseculariseerde kinderen zijn dat geloof in de hemel kwijtgeraakt, maar ze maken zich zulke grote illusies over het Grijze Genieten na hun pensioen, dat ik als theoloog denk: dit is niet normaal meer, dit is religieuze projectie!’

Misschien kunnen de kerken nog iets van deze nieuwe religie leren…

Het christelijke geloofsvisioen verlangt naar ‘een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.’ Het traditionele christendom is dat laatste vaak vergeten. Het stuurde de mensen te snel naar de hemel. De stijging van de gemiddelde levensverwachting rechtvaardigt een andere, meer aardse, militante religie waarin het leven een godsgeschenk is dat je tot op de bodem moet willen leegdrinken. Ik ervaar de toegenomen gezonde levensverwachting in onze tijd als een zegen van boven. Laten we liever langer willen leven. Doodgaan kan altijd nog. De hemel wacht wel.’

Read Full Post »

(Gepubliceerd in Centraal Weekblad, 23 november 2007)

Het nieuwe ouder worden

Ouder worden is niet meer wat het geweest is. Mensen van vandaag en morgen worden anders oud dan die van gisteren. Niet alleen worden steeds meer mensen oud, en worden steeds meer ouderen vervolgens heel oud; ook is de beleving van het ouder worden, de beeldvorming van ouderdom in de cultuur en de maatschappelijke organisatie van de levensloop in de laatste halve eeuw ingrijpend veranderd. De nieuwe oudere is vitaler, gezonder en zelfredzamer dan ooit.

De babyboomers vormen de eerste generatie nieuwe ouderen, groot geworden in een individualiserende samenleving met centrale waarden als autonomie en zelfontplooiing. De ouderdom (de hoge ouderdom sowieso) komt met gebreken. Niemand wil graag in een verpleeghuis en iedereen is bang voor Alzheimer. Het nieuwe ouder worden is niet alleen een feest, maar kan ook een ramp zijn. Hoe bereiden de senioren vandaag zich voor op hun eigen ouderdom? Hoe gaan ze op hun werk om met het eigen ouder worden of dat van collega’s? Hoe gaan zij om met hun hoogbejaarde ouders?

Vragen die niet alleen persoonlijk spelen, maar ook professioneel. Niet alleen in de ouderenzorg werken mensen met ouderen; ook pastores in de kerk, professionals in de welzijnssector, beleidsambtenaren in locale gemeenten en – nu nog vaak schoorvoetend – het management in het bedrijfsleven.

Hoe gaan al deze mensen in hun begeleidingspraktijk om met ouder worden? Hebben ze er oog voor of halen ze er hun schouders bij op? Vinden ze de vergrijzing een hinderlijke ontwikkeling of zien er een uitdaging in?

Vaak wordt het maatschappelijke debat verengd tot de vraag naar de financiële haalbaarheid van het pensioenstelsel of de beschikbaarheid van goede sociale voorzieningen en medische zorg. Maar bezinning op ouder worden verdient een breder perspectief.

Wat is de zin van het ouder worden en oud zijn? Wat betekent het om niet meer te werken, om dichter bij de dood te komen staan, om je wereld kleiner te zien worden, je partner te verliezen, geconfronteerd te worden met een falend lijf of een haperende geest? Is ouder worden alleen verliezen, of ook: winnen? Mensen in het ouder worden begeleiden betekent ook: hun levensvragen serieus nemen en met hen kunnen delen.

De individualisering van de levensvraag

Levensvragen zijn fundamentele vragen die opkomen als het leven niet meer vanzelf spreekt. Als mensen pijnlijk worden geconfronteerd met het menselijke tekort, maar ook als ze perplex staan van het geluk dat hen in de schoot geworpen wordt. Levensvragen gaan over wat mensen drijft en beweegt, overeind houdt, inspireert, verwondert en ontroert, maar ook over wat hen tot vertwijfeling en wanhoop brengt, verbijstert en shockeert.

Levensvragen krijgen nooit een afdoend antwoord. Het zijn ‘trage vragen’, schreef Harry Kunneman ooit. Ze eisen echter wel op zijn minst een respons, een manier om er mee om te gaan, aandacht.

Mensen zoeken steeds minder antwoord op levensvragen in collectief verband, binnen gedeelde tradities. Kerken zullen de komende generatie ouderen moeilijker kunnen bereiken. Kenmerkend voor het huidige levensbeschouwelijke landschap is de fragmentarisering en verbrokkeling van tradities. Levensvisies zijn steeds meer het product van individuele knutselpraktijken. ‘Spiritualiteit’ wordt steeds meer persoonlijk. De toegang tot de rijke religieuze bronnen van zingeving raakt dichtgeslibd.

Toch zullen levensvragen niet minder om een antwoord vragen. Ouderen worden ermee geconfronteerd op een manier die specifiek is voor hun levensfase. De Derde Leeftijd stelt vitale ouderen voor zingevingsvragen als: Doorgaan met werken, waarom? Wat heb ik bereikt in mijn leven en hoe ga ik verder? Wat beteken ik voor mijn omgeving, wat laat ik achter voor de generaties na mij? Wat is de zin van mijn arbeid, carrière, huwelijk geweest; kan, wil ik nog een nieuwe levensfase beginnen? Naarmate ouderen kwetsbaarder worden (in wat doorgaans de Vierde Leeftijd wordt genoemd), plaatst de omgang met langdurende ziekte of afhankelijkheid, het lichamelijke en geestelijke verval, verdriet en rouw, en de confrontatie met het eigen levenseinde hen voor existentiële vragen.

Levensvragen vragen zowel van de oudere, als van zijn of haar omgeving een adequate respons. In de hulp- en zorgverlening vraagt dat om openheid, deskundigheid en presentie. Dat vereist niet alleen doorleefde kennis van levensbeschouwelijke tradities en religieuze rituelen, maar ook een antenne voor de ultieme vraag op het juiste moment, het respect voor de authenticiteit van de ander, de durf om die vraag ter sprake te brengen, de hardnekkige weerstand tegen de verleiding er voor weg te vluchten, de erkenning van de verlegenheid en het onvermogen hem te beantwoorden, de bereidheid de ander uiteindelijk los te laten.

Levensvragen vereisen duurzame presentie: het samen met anderen uithouden en ‘doorwerken’ van ervaren kwetsbaarheid, behoeftigheid en verlies. Maar ook het kunnen delen in elkaars vreugde en idealen.

Zin zoeken

Viktor E. Frankl omschreef de mens ooit als een zinzoeker. Niet het streven naar behoeften bevrediging, noch de drang naar status houdt mensen gaande en brengt hen op de been, maar de zoektocht naar zin en betekenis. Niet het hedonistische zwitserlevengevoel, noch de sociale lintjesregen, geeft het leven van ouderen uiteindelijk zin. Alleen een positief antwoord op de vraag: waar leef ik (nog) voor? biedt in het ouder worden een wenkend perspectief. Die vraag kan breed en groots klinken (‘waar heb ik mij mijn hele leven lang voor uitgesloofd?) maar soms ook heel klein en zwakjes (‘waarom zou ik mijn bed nog uitkomen?’).

Mens zijn betekent streven naar goed leven, een leven leiden van waarde. Die waarde wordt niet alleen gerealiseerd in het levensproject van een beroepscarrière of het opvoeden van kinderen, maar kan ook worden ondergaan in ervaringen van schoonheid. Er zijn creatieve waarden die om activiteit vragen, maar ook ervaringswaarden die alleen maar eisen dat je je er open voor stelt. Genieten van kunst of natuur, of van het spelende kleinkind op schoot.

Zelfs als mensen niets meer van hun leven kunnen maken en er geen schoonheid meer te ervaren valt, aldus Frankl – die zelf vier concentratiekampen overleefde -, kunnen mensen nog steeds zin stichten door de houding die ze tegenover het onvermijdbare lot innemen. Ook door de manier waarop mensen hun lijden dragen geven ze hun eigen leven waarde.

Het ontwikkelen van visies op ouder worden als die van Frankl lijkt hard nodig. Teveel worden ouderen met hun levensvragen tegenwoordig alleen gelaten; ook in de zinvraag worden ze blijkbaar geacht ‘zelfredzaam’ te zijn. Teveel ook staan we als hulpverlener, pastor of begeleider met de mond vol tanden en weten we met onze eigen houding geen raad als het er even flink existentieel toegaat. Zo weinig zijn we zelf nog gewend om ook die vragen met anderen te delen.

Het nieuwe ouder worden verdient het om vandaag in perspectief te worden gezet. Ingebed te worden in de brede horizon van de vraag naar zin. En ervaren te worden als leven met toekomst, ook als de schaduwen langer worden.

 

Op 14 januari a.s. start de Masterclass Ouder Worden in Perspectief, een tien daagse opleiding voor mensen die een academische verdieping zoeken voor hun beroeps- of vrijwilligerspraktijk, waarin ze ouderen op hun levensweg begeleiden.

Studieleiders: prof. dr. Frits de Lange (PThU), drs. Wout Huizing (Reliëf).

Inlichtingen: www.pthu.nl/ masterclass, of: mevr. H. Hendriks, 038- 33716611, hhendriks@pthu.nl

Read Full Post »

Beluister het interview naar aanleiding van mijn De mythe van het voltooide leven, uitgezonden op Radio 5, zondag 17 juni, in het programma
Verum Bonum Pulchrum.

Read Full Post »

Older Posts »